In de vroege jaren '50 had
Alfa Romeo haar productiemethoden aangepast en een geheel nieuwe lijn
van modellen geintroduceerd. Deze nieuwe modellen waren gemiddeld-groot
en uitgevoerd met sportieve motoren met kleine cilinderinhoud. De
Giulietta werd geintroduceerd aan het einde van de jaren '50 en werd aanvankelijk
geleverd met het Type 101 motorblok, een 1290 cc. Alfa Romeo had een
breed aanbod van carrosserie varianten waaronder de
vierdeurs
sedan, de
Sprint
Coupes, de
Spider,
stationwagons, en de
Sprint
Speciale. De Sprint Speciale was leverbaar in twee varianten, éé
van Bertone en één van
Zagato.
Bertone's ontwerp was leverbaar vanaf 1959. Zagatos kwamen vroeg in
1960 op de markt. Zowel het design van Zagato als van Bertone waren
gebaseerd op het Giulietta chassis en techniek maar hadden geen bumpers.
De bedoeling van beide modellen was duidelijk: Autosport. Zagato's
creaties werden vervaardigd van lichtmetalen carrossierien en waren meer
op prestaties gericht. Bertone's versie verkocht zes keer beter dan die
van Zagato, en werden al snel uitgerust met luxueze interieurs.
De
meeste Giulietta Zagato's werden gebouwd met een afgerond front en een
afgeronde achterkant maar aan het einde van de productierun van 200
stuks, begon men met experimenteren met de zogenaamde 'coda tronca'
Kamm-tail.
Autosport is voor de meeste
automobielfabrikanten door de jaren heen belangrijk geweest en Alfa
Romeo begon zich te realiseren dat hun motoren het goed zouden doen in
competitieverband aangezien ze compact, licht, krachtig en duurzaam
waren. De directie wilde echter geen fabrieks-race-programma goedkeuren
maar begreep wel het belang van de racerij voor de promotie van Alfa
Romeo.
In 1962 werd de
Giulia,
ook bekend als de
105
serie, geintroduceerd ter vervanging van de Giulietta. Deze warden
aangedreven door 1570 cc motoren en deelden dezelfde carrosserien met de
Giulietta. De vijbak werd bediend met een stuurschakelsysteem De
achterwielophanging werd aangepast om de rijeigenschappen te verbeteren.
De voorwielophanging bleef onveranderd.
Net als de Giulietta
serie, werd de
Giulia geleverd in diverse carrosserie-varianten waaronder de v
ierdeurs
sedan, de Spider, de
TZ,
de Sprint en de
Sprint
Speciale.
Met de racerij in het achterhoofd, ontwierp Alfa
Romeo de TZ serie. De TZ, wat staat voor Tubolare Zagato, werd uitgerust
met een lichtgewicht carrosserie, buizenchassis, schijfremmen en
onafhankelijke wielophanging. De prestaties van deze auto werden
versterkt door het lichte gewicht en de uitstekende handling. De grote
remschijven zorgden voor prima remkracht. De meeste onderdelen werden in
de Alfa Romeo fabriek te Portello gemaakt. Het bouwen van deze auto’s
werd echter overgelaten aan het Carlo Chiti’s Autodelta in Udine. De
standaard 1570cc motor leverde 90 PK. De motor die in de TZ werd
gemonteerd leverden ongeveer 170 paardenkrachten. Deze sprong in PK’s
werd bereikt door o.a. twee bougies per cylinder te plaatsen in de
colinderkoppen van Autodelta. Om gewicht te besparen en de veiligheid te
vergroten werden de zijramen vervangen door Perspex.
TZ’s voor
de openbare weg werden normaliter uitgerust met de standaard cilinderkop
met één bougie per cilinder, een lederen interieur en behielden hun
glazen zijruiten.
In 1963 wonnen deze lichtgewicht auto’s de FISA
Cup. In bijna alle races waarin de TZ’s meededen behaalden ze
podiumplaatsen. TZ’s werden ingezet bij heuvelklims, op Sebring, de
Targa Florio, Monza, Spa, Nürburgring en Le Mans.
Over
het Zagato bedrijf
Ugo Zagato werd geboren op
25 juni 1890 in Gavello, tussen Padova en Ferrara. Na een arme jeugd
verliet hij op 15 jarige leeftijd zijn geboortestad om werk te vinden
bij een klein metaalbewerkingsbedrijf in Keulen, Duitsland. Na zijn
militaire dienst werd hij aangenomen als leerling bij Varesina
koetswerken. Hier kwam Zagato voor het eerst in aanraking met het
fenomeen carrosserieontwerp en –bouw van rijtuigen.
Op 25 jarige
leeftijd verhuisde Ugo Zagato naar Turijn om te gaan werken bij Pomilio,
een vliegtuigbouwer. Hier leerde hij de technieken die in zijn latere
carriere zo belangrijk werden; lichtgewicht en robuste constructies.

“Het is beter om een klein baasje te zijn dan
een belangrijke werknemer”. Met deze woorden verliet Ugo Zagato de
vliegtuigfabriek. Met vijf werknemers begon hij met het modificeren van
‘ITALIA’ en ‘DIATTO’ sedans. Het orderboek raakte snel vol en het
bedrijf verhuisde in 1923 naar een grotere locatie.
In hetzelfde jaar werd Ugo’s eerste zoon geboren, Elio
Zagato en warden de banden met Alfa Romeo versterkt. Enkele RL’s waren
al door Zagato voorzien van een koets en de Alfa Romeo RL SS spiders
waren succesvolle auto’s. Zijn tweede zoon, Gianni Zagato, werd geboren
in 1929.
De doorbraak voor het bedrijf kwam met de uiterst
succesvolle Alfa Romeo types 1500 6C en
1750
6C, een samenwerking tussen
Vittorio
Jano, toen designchef bij Alfa, en Zagato. Beide auto’s werden
legendarisch en coureurs als Giuseppe Campari, Giulio Ramponi,
Tazio
Nuvolari en
Enzo
Ferrari wonnen diverse races zoals de Mille Miglia met de door Jano
ontworpen auto en door Zagato gebouwde carrosserieen. Zagato was in
staat om twee auto’s per dag te produceren.
De jaren ’30 waren voor Zagato zeer succesvol. In de
Mille Miglia van 1938 reden niet minder dan 38 auto’s met een Zagato
carrosserie.
Zagato werkte ook samen andere autofabrikanten zoals
LANCIA, FIAT en ISOTTA FRASCHINI.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog
bouwde Zagato cabines voor trucks, totdat zijn fabriek in augustus 1943
werd verwoest tijdens een bombardement. Na afloop van de oorlog startte
Ugo Zagato samen met zijn zoons direct een nieuw bedrijf, ‘La Zagato’
in de buitenwijken van Milaan.
Elio
Zagato studeerde in 1946 af in de bedrijfskunde en werd de bestuurder
van het nieuwe bedrijf. Elio Zagato was overigens ook een verdienstelijk
coureur.
Elio Zagato was de drijvende kracht achter het success
van het bedrijf in de belangrijke jaren na de oorlog. Zijn race-ervaring
had grote invloed op de ontwikkeling van vele auto’s en gaf Zagato het
imago van ‘race-wagen-carrosserie-bouwer’. In deze periode ontstond er
een nieuwe klasse binnen de racerij, de GT (Grand Touring) klasse
waarbij een standaard platform werd gecombineerd met een sportieve
koets. Een typisch voorbeeld hiervan is de Fiat 8V Zagato. Deze auto was
een prestigeobject voor Fiat, die als producent van massavoertuigen
voor de gewone man, een manier zocht om in het hogere marktsegment te
kunnen scoren. De auto werd uitgerust met een V8-motor en het koetswerk
werd voornamelijk door Zagato uitgevoerd. In 1955 won Elio Zagato de
beroemde AVUS-race in Berlijn met een Fiat 8V.
Eén van de eerste projecten na de Tweede Wereldoorlog
was de ontwikkeling van de 'Panoramica' serie. De idee hierachter was
het vergroten van het glasoppervlak tot op het dak van de auto. De
carrosserieen waren aerodynamisch en bleken comfortabel, ruim en elegant
te zijn. Naast enkele andere automerken werden voornamelijk Fiat 1100's
en Topolinos omgebouwd tot 'Panoramicas'.
De jaren '50s waren de gloriejaren voor Zagato; een
volle orderportefeuille en vele nieuwe ideeen werden ontwikkeld. Twee
daarvan verdienen extra aandacht; de beroemde 'double bubble' en de
afgekapte achterkant.
De 'double bubble' was een logische
consequentie van de trend om de aerodynamica van de auto te verbeteren.
Om de luchtweerstand te verminderen werd de daklijn van de auto
verlaagd. Om genoeg hoofdruimte voor bestuurder en bijrijder te
verkrijgen werd de 'double bubble' uitgevonden. Een neveneffect hiervan
was dat het dak een sterkere constructie werd waardoor weer lichtere
materialen konden worden gebruikt en de auto nog competatiever werd.
Om de aerodynamica van de auto te verbeteren is het
nodig om de achterkant van de auto te verlengen, maar dit is niet altijd
even plezierig voor het oog. Het tegenovergestelde kan ook; de
achterzijde juist heel kort houden. De basis principes hiervan werden in
de jaren '20 en '30 door de Duitser Wunibald Kamm ontwikkeld, maar het
waren Elio Zagato, Gianni Zagato en Zagatos belangrijkste designer
Ercole Spada die dit idee werkelijk invulling gaven: De
Alfa
Romeo Giulietta SZ was de eerste auto die gebruik maakte van de
afgekapte achterzijde. De beroemde Alfa Romeo
TZ1 en
TZ2 en de Junior Zagato werden vervolgens gebaseerd op de designprincipes
van de Giulietta SZ.
Een ander project
dat bijdroeg aan de naam en faam van de Zagato fabriek was de Formule 1
auto van Alfa Romeo; de wereldberoemde
Alfetta
159. Het koetswerk voor deze wagen werd geboude in de Zagato
fabriek. Met deze auto werd Juan Manuel Fangio wereldkampioen in 1951.

Het beeindigen van de productie van de Alfa
Romeo Giulia 1600 Junior Zagato markeerde tevens het einde van de
glorieuze jaren voor Zagato. Jarenlang verschenen er designstudies op de
internationale autotentoonstellingen, maar zonder succes. Gedurende
deze magere jaren maakte Zagato gepantserde auto’s voor de Italiaanse
overheid, electische golfkarretjes en bouwden ze auto’ als de Maserati
Biturbo Spider op contractbasis.